Nieuws | Dapp
settings-icon meer inzicht meer inzicht en beweging in je fabriek? +31(0)345 50 52 56
Dapp

Dapp nieuws

Realisatie Nieuwbouw Gekoeld Warehouse Koningszuivel

Re­a­li­sa­tie Nieuw­bouw Ge­koeld Wa­re­hou­se Ko­nings­zui­vel


Konings-Zuivel heeft DAPP geselecteerd om het nieuwbouw project te begeleiden. Konings-Zuivel importeert zuivelproducten uit verschillende Europese landen en vermarkt deze bij verschillende partijen in én buiten Nederland. Zo wordt er, naast andere activiteiten, zuivel en andere koelverse producten aan de grote Nederlandse supermarkten geleverd. Vastgoedontwikkelaar WDP kreeg de opdracht een compleet nieuw DC van ca 10.000m2 te bouwen op een nieuw te ontwikkelen locatie in Bleiswijk ter hoogte  van de kruising van de HSL en de A12. Het gebouw diende een gekoelde opslag te krijgen en een grote expeditieruimte. Het gebouw zou moeten worden opgeleverd volgens hoogwaardige duurzaamheids- en energie-eisen (BREEAM Very Good). Het DC kreeg een hoogte van ca. 12 meter (gelijk aan 5 palletlagen). DAPP heeft  de gehele realisatie (engineering, logistieke infra en bouw + techniek) met een specialistisch projectteam geleid. Naast de projectmanager van DAPP bestond het team uit specialisten uit het bestand van DAPP op het vlak van kwaliteit & certificering, logistiek, bouw, klimaattechniek & energie en elektra & instrumentatie. Konings-Zuivel heeft het gehele bouw- en oplevertraject uit handen gegeven en heeft haar bijdragen kunnen beperken tot het op gezette tijden afstemmen van eisen en wensen ten aanzien van planning en kwaliteit. In feite praten we hier over een ‘turn-key’ oplossing. Konings-Zuivel is verhuist naar een compleet werkend nieuw DC. Het DAPP-projectteam heeft de opdrachtgever compleet kunnen ontzorgen. Voor een opdrachtgever erg prettig als je terug kunt vallen op expertise waar je zelf nooit mee van doen hebt (gehad). Qua BREEAM voldoet het gebouw inderdaad aan de geldende duurzaamheidseisen. Dat betekent bijvoorbeeld ook dat Konings-Zuivel met een BREAAM-NL certificaat een aanzienlijk fiscaal voordeel kan behalen over de gedane investering. Het gebouw is zodanig ontworpen dat het schaalbaar is. Mocht Konings-Zuivel de komende jaren zodanig groeien dat de huidige faciliteit te klein wordt dan kan vrij eenvoudig één van de zijwanden verwijderd worden om een grotere opslagruimte te creëren.

10 October 2022
Wist u dat... 8 feitjes in relatie tot engineering

Wist u dat... 8 feitjes in re­la­tie tot en­gi­nee­ring

Voor het goed laten functioneren van de te ontwerpen machines, maakt een klant meestal gebruik van hulpmiddelen of hulpproducten. Denk hierbij aan smeermiddelen, oliën, reinigingsmiddelen of ontsmettingsmiddelen. De fabrikant dient een machine zo te ontwerpen dat deze vloeistoffen niet in contact kunnen komen met de te bewerken, te produceren of te verpakken voedingsmiddelen. Door corrosie en vuilafzetting in het leidingwerk kunnen de kosten van het elektriciteitsverbruik van pompen in verwarmings- en koelsystemen de eerste jaren na installatie toenemen met wel 35%. Bekend is dat Nederland wereldwijd de tweede exporteur is op het gebied van agro en food. Minder bekend is dat we de derde grootste exporteur zijn van machines voor de foodindustrie. 20% Van het Nederlands bruto binnenlands product wordt veFFrdiend met producten en diensten gerelateerd aan agro en food. Een zuivelbedrijf recentelijk een laagje van 1 mm. van zijn één liter verpakking af wist te halen en daarmee ongeveer 50.000 kilo verpakkingsmateriaal per jaar kon besparen. De onderdelen die in de machines gebruikt worden en in contact komen, of kunnen komen, met voedingsmiddelen, dienen gemaakt te zijn van materialen die aan de richtlijnen voldoen. Deze categorie onderdelen dienen FDA-compliant te zijn (het Amerikaanse Food & Drug Adminstration). Wat is de omgeving waar een machine gaat draaien? Binnen de machinebouw voor de voedingsmiddelenindustrie is onderscheid te maken tussen verschillende omgevingen. De omgeving waarvoor ontworpen wordt, heeft consequenties voor de selectie van de geschikte componenten. Er zijn talrijke voorbeelden waarbij een voedselproducent na controle door de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (nVWA) werd stilgelegd vanwege het onvoldoende naleven van de hygiëneregels.

10 October 2022
Fabriekslayout met verdieping vraagt dynamisch vlekkenplan

Fa­briek­slay­out met ver­die­ping vraagt dy­na­misch vlek­ken­plan

Sinds de ontwikkeling van het FLS model is bij Dapp altijd gekeken hoe het model de realiteit en de vraagstukken van klanten nóg beter kan benaderen. Iets wat in de theorie getest is loopt vaak nog wel tegen problemen aan in de realiteit; situaties waar niet bij stil wordt gestaan totdat je er mee geconfronteerd wordt. We besteden veel tijd aan het onderhouden van het model en het altijd weer blijven zoeken naar toepassingen om de realiteit en de wensen van klanten beter te implementeren. Eén van die toepassingen betreft het succesvol uitbreiden van het model van één naar meerdere verdiepingen. In de praktijk betekent de schaarse ruimte steeds vaker dat fabrieken en bedrijven toch de hoogte in gaan. Een bijkomend voordeel is dat de material handling kosten lager uitvallen wanneer de hoogte in wordt gebouwd. In de theorie is het echter makkelijker gezegd dan gedaan; waar er in de praktijk reeds met een 3D realiteit rekening wordt gehouden, is de stap naar een verdieping in de theorie fundamenteel anders. Het werken met algoritmes en moderne softwaremogelijkheden is voor veel professionals op dit moment een onbekend terrein. Vandaag de dag is er onvoorstelbaar veel mogelijk met moderne toepassingen. Maar ja, dan zul je wel moeten weten dat er mogelijkheden zijn waarmee de layout van jouw fabriek beter en efficiënter kan zijn. Optimaliseren van een layout met één of meerdere verdiepingen Dat geldt bijvoorbeeld ook voor een fabriek met één of meerdere verdiepingen. Ook dat kan worden geoptimaliseerd t.o.v. elkaar. “Een gebouw met twee verdiepingen is toch niks anders dan 2x een gebouw met één verdieping maar dan op elkaar?” Zou je denken. Helaas, in tegenstelling tot twee gebouwen met één verdieping, waar de gebouwen verder geen onderlinge relatie hebben, is dat in een gebouw van twee verdiepingen wel degelijk aan de orde; er wordt tussen de verdiepingen vaak heel wat uitgewisseld qua grondstoffen, producten, verpakkingen, afval maar ook personen. Wanneer men er voor zou kiezen om eerst de ene verdieping te optimaliseren en dan de andere, moet van te voren dus al bepaald zijn welke ruimte op welke verdieping komt, iets wat in te praktijk vrijwel nooit vast staat. Aan de andere kant van het spectrum betekent het vaak in de praktijk niet dat alle ruimtes lukraak op welke verdieping dan ook kunnen worden geplaatst. Sommige ruimtes dienen op de begane grond geplaatst te worden, denk aan een inbound goods ruimte, andere ruimtes juist op de verdieping, de kantoren bijvoorbeeld. Kortom, het model moet gelijktijdig beide verdiepingen meenemen in de optimalisatie. Hoe kan je deze kwestie het beste aanpakken? Hierbij wilden we enkele restricties die in de praktijk voor een fabriek met meerdere verdiepingen konden gelden ook meenemen. Denk hierbij aan het vastzetten van bepaalde ruimtes op een bepaalde verdieping maar ook aan het linken van een set ruimtes boven en onder elkaar en aan het aangeven dat een ruimte meerdere verdiepingen inneemt. Fabrieken met meerdere verdiepingen kunnen we ook optimaliseren. Zie hiervoor de afbeelding hierboven. Wil je meer weten hoe jouw fabriekslayout aangepast kan worden? Neem contact op met [email protected] of via 0345 - 50 52 56.

10 October 2022
Bouw geavanceerde verpakkingslijn voor zuivelbedrijf A-ware

Bouw ge­a­van­ceer­de ver­pak­kings­lijn voor zui­vel­be­drijf A-ware

Zuivelbedrijf A-ware is specialist in kaas en actief in alle onderdelen van de kaasketen. A-ware levert maatwerk voor derden en laat kaas rijpen, snijden en verpakken op verschillende locaties. Om te kunnen voldoen aan de steeds hogere standaarden van (internationale) klanten wil A-ware al het verpakken gaan centraliseren in een nieuwe verpakkingsfabriek. A-ware vraagt Dapp om de juiste projectmanager te leveren: een specialist die zowel ervaren is in de aanleg van utilities, zoals stroom, water en lucht, als de verhuizing van productielijnen. Ronald Moerenhout, die ruime ervaring heeft in het realiseren van complexe projecten in een technisch georiënteerde omgeving, neemt de uitdaging aan. Het is een ingewikkeld project, ook omdat een deel van de nieuwe fabriek al draait, terwijl een ander deel nog moet worden gebouwd. Bovendien moet het project worden afgerond voordat de nieuwe kaasfabriek van A-ware compleet gaat draaien. A-ware heeft te maken met de hoogste voedselveiligheidseisen. Bij de start van het project definieert projectmanager Ronald Moerenhout dan ook de belangrijkste criteria voor het slagen van het project: hygiëne, productkwaliteit en duurzaamheid. Er wordt een nieuw aanvoersysteem ontwikkeld waarmee de kaas automatisch getransporteerd wordt van de rijpingskamers naar de snij- en verpakkingslijn. Een uniek identificatiesysteem zorgt ervoor dat bepaalde kaas naar de juiste lijn gaat en klantspecifiek kan worden gesneden, verpakt en geëtiketteerd. De Dapp projectmanager is ook nauw betrokken bij de ontwikkeling van de complexe hygiënesluis. Deze sluis kan optimaal worden opgezet, omdat Ronald Moerenhout nauw samenwerkt met de bij A-ware verantwoordelijke managers en met hen de layout van de nieuwe kaasfabriek kan bepalen.  Na zestien maanden wordt het complexe project volgens planning en met succes afgerond. Zuivelproducent A-ware produceert en distribueert nu alle kaasproducten vanuit deze centrale locatie. Publicatie: september 2014 (tevens publicatie in VMT)

10 October 2022
Veilig bouwen binnen de voedselindustrie

Vei­lig bou­wen bin­nen de voed­sel­in­du­strie

Verbouwingen binnen de (voedings)industrie zijn momenteel aan de orde van de dag. Capaciteitsuitbreidingen en productmodificaties vragen om aanpassingen in de behuizing. Nadat de opdrachtgever de wijziging heeft vastgesteld, volgt een selectie van de opdrachtnemers. De basis voor de selectie kan hun offerte zijn. Soms is het ook de ervaring die de opdrachtgever eerder met een partij gehad heeft. Die eerdere ervaringen kunnen door de opdrachtgever samengevat zijn in een evaluatie op basis van o.a. prijs, kwaliteit, snelheid en….veiligheid. Zeker bij grotere verbouwingen van een langere perioden en waarbij veel mensen betrokken zijn, is een V&G plan vereist (een zogenaamd uren/dagen criterium). Een V&G plan is een Veiligheids- en Gezondheidsplan, zoals dat in het Arbobesluit (art. 2.28) is vastgelegd. Zie hiernaast in het kader de paragraaf over een V&G plan. In de wet staat dat het V&G plan door de opdrachtgever moet worden opgesteld. Wat moet er in een V&G plan aan de orde komen?     Een goed V&G plan gaat uit van 2 onderdelen: “Ontwerp” en “Bouwen”.  Ad 1. Het V&G plan “Ontwerp” doet uitspraken over Arbo-omstandigheden die het gebouwontwerp met zich meebrengen. Een mooi voorbeeld hiervan is hoe de ramen van het nieuwe gebouw straks gewassen moeten gaan worden. Een zelfreinigend glas kan voor hoogbouw een uitkomst zijn omdat dit, naast het feit dat dan een speciale installatie aan het gebouw overbodig is, risico’s voor ramenwassers wegneemt. Ad 2. V&G “Bouw” is gericht op de realisatie van het bedachte ontwerp en doet uitspraken over handhaving van de veiligheid en gezondheid van de betrokken medewerkers tijdens de bouwfase. Tot zover de theorie. De praktijk Hoe zit het dan met de praktijk?  Veel opdrachtgevers schrijven zelf geen V&G plan maar leggen dat als onderdeel van de offerte-aanvraag bij de potentiele opdrachtnemer. Het voorstel wordt door de opdrachtgever beoordeeld en van eventueel commentaar voorzien, waarna de opdrachtnemer het al of niet op onderdelen aanpast. Deze ontwikkeling heeft tot gevolg dat de V&G coördinatie bij de opdrachtnemer komt te liggen, veelal met als richtlijn van de opdrachtgever: geen incidenten tijdens de bouwfase. Na de plan- en ontwerpfase kan in principe het bouwproces beginnen en gaat de schop de grond in. Uiteraard is een werkvergunning benodigd waarmee wordt afgedwongen dat alles veilig gedaan wordt. Voor die lezers die niet vertrouwd zijn met deze term, een werkvergunning is vereist voor alle werkzaamheden, waar risico’s aan verbonden zijn, maar die onder gecontroleerde omstandigheden en onder bepaalde voorwaarden veilig kunnen worden uitgevoerd, zodat een ongestoord primair proces, de zorg voor personen, installaties en het milieu veilig wordt gesteld. Meestal is een werkvergunning  een formulier – al dan niet – digitaal waar je voor moet tekenen. Veel opdrachtnemers zijn tegenwoordig VCA gecertificeerd. Wij gaan er met een dergelijk certificaat vanuit dat we met een professionele partij in zee gaan. VCA staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu (VGM) Checklist Aannemers en is bedoeld om alle betrokkenen tijdens de bouw veilig te laten werken en het aantal ongevallen terug te dringen. Hebben we het zo goed geregeld als het om veiligheid en gezondheid gaat? De combinatie van een V&G plan, VCA en de afgegeven werkvergunning moet er toch voor zorgen dat alles veilig verloopt, niet? En, mocht dat niet voldoende zijn, zo nu en dan komt er een veiligheidskundige langs om te kijken of tijdens de bouw alles goed gaat. Dat helpt toch ook? Uiteraard worden ernstige overtreders meteen van de bouwplaatsen verbannen als wordt ontdekt dat hij of zij niet veilig werkt. Zo werkt het niet. We komen helaas in onze dagelijkse praktijk minder positieve situaties tegen. Onderstaand een overzicht. Veiligheids- en Gezondheidsplannen zijn er in veel soorten en maten. Soms beslaat een V&G plan een tiental pagina’s, soms is het uitgegroeid tot tweehonderd pagina’s. Het al of niet volledig lezen van V&G plannen is omgekeerd evenredig zijn met het aantal pagina’s dat het beslaat, zo vermoeden wij. Vaak wordt er voor het schrijven van nieuwe V&G plannen teruggegrepen op de oude en  vertrouwde plannen. Sommige V&G plannen stammen qua origine uit de jaren negentig van de vorige eeuw en zijn sindsdien amper bijgewerkt. Zo komen we nog wel eens de volgende richtlijn in een V&G plan tegen: “Wanneer het kwartsstof teveel stuift dient men een P3 stofkapje te gebruiken”. Behalve dat dit bij wet verboden is, zijn daar anno 2017 écht betere oplossingen voor. De rol van de V&G coördinator ligt meer dan eens bij een uitvoerder. Vanwege zijn coördinerende taak en zijn twee petten kijkt hij (bewust of onbewust) niet altijd (of altijd niet) met het (vereiste) veiligheidskundige oog. Vaak speelt de reden: ‘Veiligheid is prima, maar het moet wel praktisch en uitvoerbaar blijven’. Bouwpartners hebben soms verrassend weinig verstand van voedselveiligheid. We zien nog wel eens dat er onveilig gewerkt wordt aan bijvoorbeeld een dak of het riool. Daarbij bestaat er al snel kans op salmonellabesmetting in het gebouw. Eénmaal in het gebouw is het bijzonder moeilijk de salmonellabacterie er weer uit te krijgen. In de bouw wordt veel onverschilligheid bij leidinggevenden en uitvoerders aangetroffen. Sommigen vinden dat hun medewerkers vooral zelf moeten uitkijken. Twee voorbeelden: het wordt gewoon gevonden om over een 20 cm brede en 20 cm diepe sparing in de vloer heen te stappen, of om op hoogte uit een hoogwerker over te stappen op een gebouw. Een opvallende oorzaak van ongevallen in de bouw zijn aan het werk zijnde ZZP-ers. Bouwbedrijven zetten voor specifieke zaken nogal eens een  ZZP-er in, waarvoor deze onvoldoende toegerust is. ZZP-ers vormen, vanwege hun veelal matige veiligheidsscholing, een extra risico. Er is vooraf geen check op hun veiligheidskennis en tijdens de uitvoering onvoldoende monitoring op hun werkzaamheden. Met alle gevolgen van dien. Concluderend kunnen we stellen dat de VCA-richtlijn in veel gevallen een dode letter is. Veel opdrachtnemers zien VCA als ‘een tegeltje op de wand van de wachtkamer’. Het komt helaas nogal eens voor dat VCA niet veel meer dan een commercieel ingestoken verhaal is zonder dat er een verdere praktische invulling aan gegeven is, laat staan dat er op gestuurd wordt. Hoe moet het dan wel? Wanneer (voedings)bedrijven veiligheid tijdens hun bouw serieus nemen en dat net zo zeer van hun opdrachtnemers verlangen, moet de insteek een andere worden: Er moet minder op papier geregeld worden en er moet in de praktijk meer begeleiding komen voor alle betrokkenen: van leidinggevenden tot aan de medewerkers en zzp-ers op de bouwplaats; De mensen die de werkzaamheden uitvoeren moeten opgeleid worden ten aanzien van veiligheidsaspecten. Uiteraard gaat het hier om arbeidsveiligheid, en binnen de voedingsindustrie ook om voedselveiligheid. Een paar dagen begeleiding om de arbeidsveiligheid én de voedselveiligheid te verhogen zijn welbesteed en goed te verantwoorden; Voor het toezicht wordt door een opdrachtgever niemand anders dan een veiligheidskundige ingehuurd. Die loopt regelmatig zijn ronde op de bouwplaats om mensen te stimuleren, motiveren om veilig te werken en complimenten te maken wanneer het goed gedaan wordt. De uitvoerder neemt hij mee op de ronde om hem te helpen anders te kijken naar werkzaamheden en de risico’s die dat met zich meebrengt. Wij zijn er van overtuigd dat met bovenstaande adviezen het aantal ongevallen sterk kan worden teruggedrongen. Alleen dan bereiken we dat de “veiligheid begint bij de mensen zelf”. Auteur Hessel Holwerda (Holwerda Safety Solutions). Hessel is zelfstandig Health & Safety specialist en veiligheidskundige. Hij werkt voor opdrachtgevers in de (food)industrie.

10 October 2022
Bouwmanagement in Food - Hoe doe je dat?

Bouw­ma­na­ge­ment in Food - Hoe doe je dat?

Nu de markt overal het algemeen economisch gezien in een opwaartse spiraal beweegt, zien wij dat veel voedingsbedrijven weer aan de slag gaan met plannen voor nieuwbouw en/of verbouw. Vaak geïnitieerd vanuit de behoefte om uit te breiden, te optimaliseren en/of een efficiency slag te maken. Veelal wordt op dit moment gekeken naar alternatieven vanuit een (nieuw) gebouw dat voldoet aan de laatste eisen van voedselveiligheid en waar je met een optimaal productie- en logistiek proces een betere propositie naar de klant kunt maken en daarbij de kostprijs kunt verlagen. Voordeel van nieuwbouw in deze is dat je al het organisch gegroeide achter je kunt laten en kunt kiezen voor een stap voorwaarts naar de meest optimale inrichting en lay-out van het gebouw.   Diverse MKB voedingsbedrijven hebben DAPP bij hun nieuwbouwplannen betrokken om hen volledig te ontzorgen inzake de voorbereiding en uitvoering van hun nieuwbouwplannen, vanaf idee tot en met de oplevering. Hoe doen wij dat? In dit artikel geven wij op hoofdlijnen inzicht in de opstartfase met onze specifieke DAPP-aanpak. Eenmaal betrokken bij een nieuwbouwtraject werkt DAPP vanuit een duidelijk gedefinieerd vastliggend stappenplan met daarin tien verschillende stappen. Door het achtereenvolgend uitvoeren van bouwopdrachten bij diverse klanten in de wereld van de food is dit stappenplan bijzonder verfijnd. Keer op keer bewijst het dat het een stevig fundament kan zijn onder elk (ver)nieuwbouwproject. In dit artikel beperken wij ons tot de eerste stappen: het leggen van de basis voor de besluitvorming rondom de Go – No Go.   De opstart Aanhakend bij de visie en missie van de opdrachtgever bestaan de eerste stappen uit een externe (wat zijn de kansen en de bedreigingen in onze markt?) en een interne analyse (wat zijn de sterkten en de zwakten van de eigen organisatie?). Door beide analyses samen te brengen (de IST-situatie) ontstaat een zogeheten Confrontatieanalyse. Deze analyse is op zijn beurt een van de inputdocumenten voor een uitgewerkte en doorgerekende Business Case én (enkele fasen verder) voor een Plan van Aanpak. De keuze voor een (nieuwe) locatie. Indien er sprake is van nieuwbouw is het vinden van een goede locatie een absoluut belangrijk aspect. De criteria die wij toepassen bij het bepalen van de nieuwe locatie zijn verdeeld over meerdere hoofdgroepen: Bouwtechnisch, Sociaal, Infrastructureel, Financieel. De bovengenoemde criteria worden op ons verzoek door elk MT lid/Stuurgroep lid met een weging van 1-5 beoordeeld. Zo bouwen we een gezamenlijke shortlist op van de ideale SOLL situatie. Belangrijk is dat er in deze fase van afwegingen altijd(!) een vergelijking plaatsvindt met de huidige (IST) situatie. Op deze manier is iedereen volop betrokken bij de belangrijkste keuzes en zorg je voor de maximale buy-in die je nodig hebt voor de draagkracht van de uiteindelijke voorstellen. Het resultaat van deze fase van locatie keuze leidt tot óf een voorkeurslocatie óf, indien de verschillen klein zijn, tot een shortlist van mogelijke locaties. De Business Case Op basis van de uitkomsten van de afwegingen bij de voorkeurslocatie(s) kunnen wij de voor en tegenargumenten kwantificeren. Er ontstaat een Business case met de indeling op drie hoofdlijnen: De initiële kosten en te verwachten afschrijvingen. - De (tijdelijke) dubbele lasten als gevolg van de periode waarin je vanuit oudbouw levert én tegelijk met nieuwbouw bezig bent. - De Verhuis-, oplever- en (extra) licentiekosten. - De Overall projectkosten (aansturing) inclusief de transitie. - Een volledig extern expert/engineeringteam (al dan niet i.s.m. medewerkers van de bestaande organisatie). - De Uitwerkingen o.b.v. end-to-end keten producent naar eindgebruiker. - De post onvoorzien (een ervaringspercentage van de totale kosten). De lopende kosten met de bijbehorende afschrijvingen. Dit onderdeel is een uitwerking o.b.v. de uitgebreide inventarisatie van de (interne) IST-situatie. Veel van de ingeschatte kosten worden doorgerekend uitgaande van de werkgeverskosten (bijv. van het personeel, en van de hulpmiddelen). Andere uitgangspunten: - De (extra) kosten zo efficiënt mogelijk bestrijden c.q. dempen (bijv. waar mogelijk de bestaande inventaris en/of de huidige processen gebruiken). - De investeringen ingeschat o.b.v. afschrijvingstermijnen zoals die nu op de bestaande organisatie worden toegepast. - Het financieel doorrekenen van diverse scenario(‘s) o.b.v. huur-, koop- of leaseconstructie. - Inschatten kwaliteitsniveau van de medewerkers. Kunnen zij in het project zelf meedraaien of dienen er externen op bepaalde plaatsen te worden ingeschakeld. - Wat worden de rentelasten + afschrijvingstermijn? De opbrengsten ofwel de baten van de gehele transitie. - We rekenen met een financiële marge gedurende een goed afgebakende periode (bijvoorbeeld van één jaar). - Wij maken een inschatting van de groei van de omzet en/of een inschatting van de marge. - Wij proberen de te behalen synergie- en consolidatiepercentages in te schatten. Wanneer zijn deze al of niet van toepassing? - Hetzelfde geldt voor een inschatting van het Business Process Optimalisatie percentage. Wanneer is dit al of niet van toepassing? In het toewerken naar een Go – No Go is de Business Case van essentieel belang. Hoe steviger de business case is uitgewerkt, hoe makkelijker het wordt om tot een besluit te komen. Essentieel is in de business case hoofd- en bijzaken zo veel mogelijk te scheiden. Tot slot Op basis van onze instrumenten en documenten zijn we in staat om naar de juiste besluitvorming toe te werken. Indien het besluit een Go is, maken we een vervolgstap met de voorbereiding van het bouwtraject met behulp van een Programma van Eisen/Uitgangspunten. Wij kunnen ons voorstellen dat u denkt dat het hierboven beschreven proces overkomt als arbeidsintensief en tijdrovend. Arbeidsintensief is het. Door het inzetten van onze experts op de verschillende deelgebieden met onze flexibele aanpak kunnen we echter bijzonder efficiënt en snel deze fase afronden. In minder dan 6 kalenderweken heeft u de business case, het ontwerp en de basis engineering inzichtelijk op basis waarvan u kunt besluiten de volgende stap te nemen. Heeft u zelf plannen voor nieuwbouw? Praat er eens over met DAPP. Eén enkel gesprek kan mogelijk erg verhelderend uitpakken voor u.

10 October 2022
R&D in de 'driver seat' en Marketing als navigator bij innovaties

R&D in de 'dri­ver seat' en Mar­ke­ting als na­vi­ga­tor bij in­no­va­ties

In de pers is een veel gehoorde stelling dat marketing en innovatie een meer dan een voor de hand liggende combinatie is. Vanuit de gedachte dat iedereen daar inmiddels wel van op de hoogte is, is het bijzonder om te zien hoe vaak een innovatie-initiatief van start gaat zonder dat marketing erbij betrokken is. Misschien heeft die situatie te maken met een veel voorkomende reflex vanuit productie-ontwikkeling om daarmee veel meer de vrije hand te hebben in het innoveren. Het kan knap vervelend zijn als marketing elk idee van tafel veegt als “niet realistisch” of “” commercieel niet haalbaar”.  Dan heb je, als het even kan, die collega(‘s) er liever niet bij. Het is toch heerlijk om zonder dwarsliggers iets nieuws te bedenken en te realiseren? Vanuit het bedrijfsbelang is de absentie van marketing echter moeilijk te verdedigen. In het Innovatieteam mag een rechtstreekse lijn met de markt niet ontbreken. Het is van belang om in de brainstormfase te luisteren naar signalen uit de markt (welke behoeftes ontstaan er, zien we trends opkomen?) en om elke stap in het traject daarna steeds te toetsen op haalbaarheid in de markt. Zo kun je samen met meer realisme inschatten wat de kansen zijn van een nieuw te ontwikkelen voedingsproduct. De uitdaging daarbij is wel dat deze realitycheck niet ertoe mag leiden dat de dromers via de achterdeur uit het Innovatieteam weglopen. Je hebt dromers nodig voor het out of the box denken. Denkers die binnen de witgekalkte lijntjes denken hebben we al genoeg. Het bewaken van de balans tussen realiteit en droom is daarom een belangrijke taak voor het management van elk Innovatieteam. We kennen waarschijnlijk allemaal wel het idee van de Chinezen om op de overvolle wegen bussen in te zetten die boven over de file heen rijden. Het idee werd vorig jaar met een simulatiefilmpje op de High tech Expo in Beijing gepresenteerd. Als je kijkt naar de gekozen vorm van deze bus dan kun je je afvragen hoe realistisch dit idee is, zit je echter dagelijks in die file dan kan dat idee er ineens heel aantrekkelijk uitzien en komt de haalbaarheid ervan een stuk dichterbij. Juist in het visionaire gekoppeld aan reële behoeftes dienen productontwikkeling en marketing hand in hand te gaan. Als een product of een dienst uit een innovatietraject het beoogd succes krijgt wordt dat succes veelal meer verklaard vanuit de marketing dan vanuit het briljante idee. En niet helemaal onterecht. Als je de markt op de juiste wijze (via reclame, via social media en/of doelgroep messaging) weet te bereiken kan dat de verkoop van een nieuw product sterk opstuwen. Het gaat om de juiste keuze van communicatiemedium gecombineerd met de juiste boodschap. Het is in marketing de kunst een latent aanwezige behoefte bij de consument zodanig te prikkelen dat het een daadwerkelijke behoefte. Daarmee komt een koper in actie en gaat over tot de aankoop. Bij veel producten is de “Me Too’-wet van toepassing. Deze wet verklaart de neiging van ons mensen ergens te willen bij horen. We zijn daarin echte kuddedieren. Als jij elke dag heel veel mensen in jouw omgeving ziet rondlopen met het laatste model van een Apple telefoon dan wil je er ook een. Dat noemen we het “me too” moment. Een ander voorbeeld, dichter bij huis en uit de “eigen foodmarkt”, een paar jaar geleden hebben we de opkomst van de prosecco meegemaakt. Ineens wilde iedereen op een warme zomerdag prosecco drinken. Alsof andere drank niet meer bestond. Waar komt een dergelijke opkomende behoefte vandaan? Puur door een effectieve reclamecampagne, gevolgd door voorbeeldgedrag van de early adoptors. Een mooi staaltje marketing. Maar wat is de positie van R&D in het gemiddelde innovatietraject? We zijn er aan gewend dat een goed Innovatieteam opgebouwd is uit vertegenwoordigers uit de breedte van de organisatie (naast R&D, productie, logistiek, techniek en marketing). Maar welke rol is er dan weggelegd voor R&D? Nu was ik recent bij een bedrijfsbezoek aan Verstegen Specerijen in Rotterdam. En het was bijzonder interessant te horen hoe bij Verstegen de afdeling R&D versmolten is met marketing en sales. In de voedingswereld hebben we het voordeel dat we door middel van goed getimede acties de smaak van de consument kunnen proberen te beïnvloeden. Het is geen nieuws dat er op het gebied van voeding sprake is van trends en ontwikkelingen. En Verstegen beïnvloed de smaak van ons eten op een hele goede en effectieve manier. Tijdens de presentatie werd duidelijk dat R&D veel tijd in het buitenland besteedt met het zoeken naar nieuwe smaken. Zo hebben recente bezoeken aan landen als Peru, Mexico en Zuid Korea een schat aan nieuwe smaken (met bijbehorende kruiden) opgeleverd. Die kruiden zijn mee terug genomen naar Nederland. Echter, je kunt niet zomaar de smaak van het ene land een op een introduceren in een land met heel andere smaakvoorkeuren. Denk maar hoe de Nederlandse Chinese restauranthouders na de oorlog hun gerechten hebben aangepast aan de Nederlandse smaak. Dat geldt net zozeer voor de smaak van andere exotische keukens. De R&D afdeling van Verstegen heeft daarom samen met Nederlandse topkoks nieuwe recepten ontwikkeld waar op subtiele wijze die nieuwe smaken vanuit Peru, Mexico en Korea in is opgenomen. Deze recepten worden door Verstegen in de eigen keuken voorgeschoteld aan de eigen relaties die zorg dragen voor verdere distributie op de Nederlandse markt. Marketing is bij die presentatie nadrukkelijk betrokken. Op een hele mooie wijze worden in de proefkeuken van Verstegen de nieuwe gerechten klaargemaakt en geserveerd.  Zo probeert Verstegen Specerijen op een effectieve manier de Nederlandse markt te openen voor nieuwe kruiden en daarmee niet alleen haar marktaandeel te vergroten maar ook in absolute zin te groeien. Dit is ons inziens een heel mooi voorbeeld hoe R&D bij het innoveren aan het stuur zit en het bedrijf in de goede richting stuurt en daarbij op een hele mooie manier samenwerkt met marketing en sales. Is dat niet een goed voorbeeld dat navolging verdient? Wilt u verder met ons van gedachten wisselen over hoe R&D bij u meer aan het stuur komt, neem dan contact met ons op. Wij denken graag met u mee.

10 October 2022
De do's en don'ts bij Nieuwbouw in Food

De do's en don'ts bij Nieuw­bouw in Food

Het gaat goed met de Nederlandse foodindustrie. Veel bedrijven maken een forse groei door en ontwikkelen zich daardoor in een hoog tempo. Niet alleen doordat de markt goed is, ook door de toenemende aandacht voor voedselveiligheid en hygiëne, veranderende regelgeving vanuit de overheid en toenemende concurrentie maken bedrijven turbulente tijden mee. We zien in de foodindustrie dat bedrijven hun groei vorm hebben gegeven door het bestaande gebouw te verbouwen en uit te breiden. We noemen dat doorbouwen op basis van wat er als is. Door deze schoksgewijze uitbreidingen ontstaat op een bepaald moment een ‘lappendeken’ van werkruimten met de bijkomende inefficiëntie van looproutes, productie- en logistieke processen. Gedeeltelijke of gehele nieuwbouw is dan het vraagstuk dat langskomt. In een dergelijke hectiek voelt het verouderde bedrijfspand met deze inefficiënte processen als een knellend harnas en de voornaamste belemmering om écht de vleugels uit te slaan. Voor vele bedrijven is dat het moment om na te denken over nieuwbouw of vernieuwbouw. Maar waar begin je aan als je een dergelijke stap overweegt? Wat komt er allemaal op je af en waar moet je allemaal aan denken? Hoe hou je rekening met de eisen uit HACCP, BRC, IFS en veiligheidsvoorschriften? En hoe zorg je dat de productie tijdens de verbouwactiviteiten gewoon door kan? Best lastig als je niet elke dag met deze materie bezig bent. Tijd om een aantal adviezen op een rijtje te zetten. Wat u niet moet doen is een nieuw gebouw neerzetten om uw huidig productieproces heen zonder toekomstige uitbreidingsmogelijkheid. Dat kan leiden tot keuzes waar u later in de tijd veel spijt van krijgt. Het is aan te raden bij de planvorming te starten vanuit de gemaakte strategische keuzes voor de middellange- en lange termijn. Een goed bouwtraject start u vanuit uw eigen business planning. Welke doelen heeft u daarin opgenomen, wat zijn uw verwachtingen ten aanzien van de life cycle van uw productlijnen, welke afdelingen gaan groeien, kiest u voor zelf doen of wilde u juist gaan uitbesteden? De antwoorden op dit soort vragen zijn van groot belang om de juiste keuzes voor de toekomst te maken ten aanzien van opzet en inrichting van de nieuwbouw. Denk alleen al aan de schaalbaarheid van het nieuwe gebouw: is het zo opgezet dat toekomstige groei en/of activiteiten mogelijk zijn? Een goede en gedegen voorbereiding is bij dit proces van het allergrootste belang. Hoe verleidelijk het ook is om zo snel mogelijk de eerste spa in de grond te steken, zorg eerst dat u het benodigde denk- en rekenwerk gedaan hebt. Met het bouwen van een geheel nieuw gebouw heeft u één van die zeldzame momenten te pakken waarop u al uw processen (productie, logistiek, verpakkingsstromen, (tussen)opslag, afvalstromen, kwaliteit, hygiëne, brandveiligheid om enkele te noemen) kunt optimaliseren. Neem voor de design hiervan de tijd: maak een duidelijk Plan van Aanpak! Schakel hierbij een team van experts in op de specifieke kernpunten. Bij het bouwen van een pand spelen ongelooflijk veel factoren een rol. Veel meer dan dat u met uw eigen team kunt bedenken. Koop daarom die ervaringskennis in, in de vorm van een team van experts. Een dergelijk team kan naast een ervaren bouwprojectmanager zomaar bestaan uit een bouwkundig engineer, constructeur, tekenaar, elektrisch engineer, mechanisch engineer, logistiek engineer, HVACR specialist, een QESH specialist en een financieel specialist. Omdat deze specialisten vaker met dit bijltje hebben gehakt zijn de cijfers en de voorgestelde ontwerpen en scenario’s veel betrouwbaarder en gedetailleerder om in een zo vroeg mogelijk stadium een goede begroting te kunnen maken van de kosten. Om zo maar eens een ervaringscijfer te noemen, de optimale bebouwing van een kavel ligt op ongeveer 60%. Dus wilt u een vloeroppervlakte van 3.000 m2 dan zoekt u al snel een kavel met de afmetingen van zo’n 5.000 m2. Als u gaat voor nieuwbouw is het zaak goed na te denken over wat uw vestigingsplaats gaat worden. Mogelijk heeft u wel een beeld van de ideale regio, maar waar in die regio is nu de beste plek? Het kan zijn dat uw belangrijkste afzetmarkt ligt in en rondom Utrecht, maar is het verstandig daar te zitten? Als dat het geval is, aan welke kant van de stad? Hoe zit het daar met de verkeersstromen? U zit niet te wachten op files, maar waar dan wel? Duidelijke selectiecriteria zijn hierbij cruciaal; niet alleen technisch om te komen tot een optimale business case, maar ook organisatorisch. Kan iedereen zich erin vinden en is het duidelijk waarom die locatie wordt gekozen? Maar er zijn ook andere aspecten die uw aandacht verdienen. Hoe zit het met het sociale aspect van de verhuizing. Hoe ontvangen uw medewerkers het nieuws dat u het bedrijf wil gaan verhuizen? Krijgt u iedereen mee naar de nieuwe plek? Een belangrijke vraag, zeker als mensen op sleutelposities in uw bedrijf dreigen af te haken vanwege een voorgenomen verhuizing. En als u desondanks naar Utrecht verhuist, wat is de positie van de medewerker(s) op de arbeidsmarkt? Bent u aantrekkelijk genoeg om nieuw personeel te werven? Hoe zit het met de voorraad werknemers die de juiste scholing hebben voor uw bedrijf? En hoe zit het met de concurrentie? Zitten die misschien ook al in hetzelfde gebied? Vissen die in dezelfde vijver? Bouw minimaal één “Go/No Go” moment in, tijdens de aanloopfase. Is het spreekwoord niet “beter ten halve gekeerd dan ten hele verdwaald”? Het kan geen kwaad op vooraf afgesproken moment(en) met meer afstand te kijken naar wat er op dat moment aan informatie op tafel ligt en om je dan de vraag te stellen: “is (ver)nieuwbouw nog steeds een goed idee?” Meestal is het moment waarop een definitief ontwerp op tafel komt, voorzien van de benodigde financiële gegevens een goed moment om u die vraag te stellen. Visualiseer de nieuwbouw. Laat uw externe partij zorgen voor een 3D impressie van het nieuwe pand. Vanuit de gedachte dat één plaatje meer zegt dan 1000 woorden is een driedimensionaal ontwerp heel krachtig in het richten van alle betrokkenen in dezelfde richting. Vooral voor visueel ingestelde medewerkers is een impressie een goede manier om zich een voorstelling te kunnen maken van de nieuwbouw. Discussies omtrent vorm en functionaliteit worden zo veel accurater waarmee uiteindelijk u een betere nieuwbouw krijgt. U gaat bouwen terwijl de winkel open moet blijven. U wilt graag uw (ver)nieuwbouw zo uitvoeren dat de klanten er niets van merken. Dat betekent misschien dat u moet werken vanuit een minder goed draaiend proces terwijl aan de andere kant stappen worden gezet om over te schakelen naar een meer efficiënte afwikkeling. Belangrijk is dan een goed Transitieplan van oud naar nieuw te hebben. Dit plan dient te worden ondersteund met een goed Communicatieplan waar voor alle betrokken functies staat beschreven wanneer wat gaat  veranderen. In het Transitieplan moet er ook aandacht zijn voor de risico’s en moeten maatregelen zijn voorbereid mochten die risico’s inderdaad optreden. Ook dient er in het plan iets te staan over de nazorg. Dit alles is er op gericht dat de het dagelijkse proces gelijkmatig overgaat naar de nieuwe locatie dan wel nieuwe situatie. Heeft u zelf plannen voor nieuwbouw? Praat er eens over met Dapp. Eén enkel gesprek kan mogelijk erg verhelderend uitpakken voor u.

10 October 2022
Vermindering Explosiegevaar - ATEX onderzoek

Ver­min­de­ring Ex­plo­sie­ge­vaar - ATEX on­der­zoek

Onze opdrachtgever is een landelijk bekende leverancier en producent van kruiden en specerijen. Dit bedrijf heeft om, de groeiende vraag bij te benen, de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in uitbreiding van de bestaande behuizing en installaties. Het werd daardoor hoog tijd voor een nieuwe veiligheidscheck! Is alles wel veilig of kunnen we dingen beter doen? DAPP kreeg de opdracht om een helder advies te geven inzake veiligheid, oftewel het maken van een Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RE&I). De projectmanager die DAPP hiervoor naar voren schoof heeft alle potentieel gevaarlijke situaties nauwkeurig geïnventariseerd en, waar mogelijk, meteen oplossingen gedefinieerd en (helpen) doorvoeren In korte tijd zijn o.a. de looppaden vrijgemaakt van obstakels, is struikelgevaar weggenomen en zijn op en rondom machines de nodige beveiligingsschakelaars aangebracht. Het grootste gevaar dat tijdens de veiligheidscheck echter aan het licht kwam betrof stof-explosiegevaar (ATEX). De fijngemalen kruiden en specerijen worden onder hoge druk naar de  tanks geblazen. Bij vermenging met lucht leidt elektrificering van het stof tot een verhoogd risico op een stofexplosie. Na onderzoek van de situatie en een inventarisatie van mogelijke oplossingen heeft onze projectmanager een tweeledig advies uitgebracht: 1. Het verhoogd risico kon worden aangepakt door de kracht van een eventuele explosie te minimaliseren. De oplossing hier is  het FFvia een apart aangebracht explosieluik richten en afvoeren van de explosiedruk. 2. Er konden ook verbeteringen worden doorgevoerd op het gebied van stofvorming en –afzuiging. De centrale stofafzuiging in de productieruimte diende te worden voorzien van ATEX-proof componenten zodat ontstekingsgevaar werd geminimaliseerd. Verder diende de stofvorming te worden geminimaliseerd met behulp van een van filters voorziene stofafzuiging die boven de werkplekken werd geplaatst en die er voor zorgde dat het stof op een veilige wijze werd verzameld en werd afgevoerd. Onze DAPP-projectmanager heeft binnen een periode van drie maanden een helder terzake doende en deskundig veiligheidsadvies opgeleverd, inclusief een Plan van Aanpak en een bijbehorende kostenindicatie. Na een periode van ‘explosieve’ groei voldoet onze opdrachtgever weer volledig aan de regelgeving omtrent veiligheid, gezondheid en welzijn in het bedrijf. Een hele prettige gedachte.

10 October 2022
Redesign Packaging Design

Re­design Pack­ag­ing De­sign

Onze opdrachtgever produceert en verkoopt via eigen dochterondernemingen consumentenproducten als zuiveldranken, kindervoeding, kaas en desserts in een groot aantal Europese landen, in Azië en Afrika. Binnen de dairy-tak van deze onderneming is DAPP actief op verscheidene kaasverpakkingslocaties. Een van de aanvragen die DAPP mocht invullen betrof het leveren van een zware projectmanager voor het project ‘Redesign Packaging’. Onze opdrachtgever zocht een specialist op het gebied van het herinrichten en vernieuwen van de lay-outplanning van de diverse verpakkingslijnen. Ook een fysieke verhuizing van deze verpakkingslijnen maakte deel uit van het project. Het betrof specifiek de verpakkingslijnen voor het slicen, inleggen in dieptrekverpakkingen, het wegen en etiketteren, de case packing en palletizing van diverse soorten kaas. Onze projectmanager heeft ruime ervaring in het realiseren van complexe projecten in een technisch georiënteerde omgeving en, meer specifiek, in de lay-out design van verpakkingslijnen. Gedurende de looptijd van het project heeft Lars leiding gegeven aan een multidisciplinair projectteam. Het betrof meerdere vFFerplaatsingen en optimalisaties van bestaande verpakkingslijnen. De verhuizingen vereisten een intensieve planning en coördinatie omdat stilstand onmogelijk was: de productie moest gewoon door kunnen draaien.   Het project betrof, naast de verplaatsing van diverse lijnen, eveneens het ontwerpen van nieuwe machines en -systemen voor case packing en palletizing. Dit ontwerptraject is vanaf ontwerp tot en met realisatie begeleid aan de hand van het bekende V-Model. Voordat de oplevering plaatsvond, is een uitgebreid validatieprogramma doorlopen. Het projectteam wist met een doorlooptijd van ongeveer 2 jaar het project conform planning, veiligheid, budget en kwaliteit op te leveren. Zowel onze opdrachtgever, Lars Goedgebuure en DAPP kijken terug op een prachtig uitdagend en succesvol project. Ook hier is weer gebleken: DAPP realiseert!

10 October 2022