Professionals

in food

Zoekt u een projectmanager? Wij zorgen snel voor de juiste professional met de juiste technische achtergrond. Een stevige projectmanager die past bij de cultuur van uw bedrijf.

Toekomstgericht bouwen door verantwoord omgaan met energie - deel 2

Toekomstgericht bouwen door verantwoord omgaan met energie – deel 2  

Auteurs: Wim Meijer in samenwerking met Marc Goselink

Er is bijna geen ander begrip dat momenteel zo in de belangstelling staat als “Duurzaamheid”. Dat betekent als we het over ver- of nieuwbouw hebben in de voedingsmiddelenindustrie we er niet langer onder uit kunnen om veel aandacht te schenken aan duurzaamheid en aan manieren om de footprint van een dergelijke bouwactiviteit terug te dringen.

In bijgaand artikel willen wij gedurende twee nieuwsbrieven ingaan om wat er allemaal bij komt kijken als je duurzaam wilt gaan bouwen. Wanneer ben je écht duurzaam bezig, waaraan moet je voldoen, wat betekent dat in de voorbereidingen en bij de uitvoering? Onderstaand deel 2, de Praktijk achter duurzaam bouwen. Deel 1 in de nieuwsbrief van februari ging over De theorie achter duurzaam bouwen.


1. De praktijk

Hoe vertalen wij als bouwkundig adviseurs dit theoretisch model van Pentas Energetica naar de dagelijkse praktijk? Er zijn een kader dat bij het design houvast geeft in de vorm van richtlijnen, definities en normeringen. We moeten hierbij denken aan:

1. De Nederlandse wet- en regelgeving;

2 .Bouwkundig ontwerp- en constructierichtlijnen;

3. Installatierichtlijnen;

4. Duurzaamheidsnormeringen, uitgewerkt in specifieke duurzaamheidslabels.

Onderstaand gaan we op elk onderdeel nader in.


1.1 Wet- en regelgeving

Wij weten uit onze ruime praktijkervaring dat de theorie rondom duurzaamheid aantrekkelijk en eenvoudig bereikbaar klinkt, echter de praktijk is helaas weerbarstig. In veel gevallen zijn de te nemen maatregelen kostbaar, erg kostbaar. Een goed en normaal uitgangspunt in de designfase is dat ook de investeringen die met verduurzaming samenhangen, gericht moeten zijn op het op langere termijn besparen van kosten: ze dienen zichzelf binnen een afzienbare termijn terug te verdienen. Wij zijn als bouwexperts geen voorstander om Wet- en regelgeving in te zetten om daarmee een opdrachtgever tot meer en diepgaande duurzame keuzes te dwingen. Dat gaat niet werken. Wat wij wél als positief ervaren is dat de wetgever een aantal zaken verplicht stelt indien er gebouwd gaat worden. Onderstaand de belangrijkste verplichtingen die vandaag de dag gelden.  

1.1.1 Energielabel C Utiliteitsgebouwen wordt verplicht in 2023

De overheid heeft besloten dat in Nederland over vier jaar, alle grote utiliteitsgebouwen minimaal het energielabel-C   moeten hebben. Een energielabel laat de prestaties van een gebouw zien op het gebied van energieverbruik. Ieder kantoor, groter dan 100m2, is in 2023 verplicht om Energielabel-C te voeren. Algemeen wordt verwacht dat deze wetgeving nog wordt aangescherpt hetgeen zo maar zou kunnen betekenen dat kantoren in 2030 verplicht worden Energielabel-A te moeten hebben.

Hoe dan ook, een verplicht energielabel betekent dat je bij de bouwvoorbereidingen in een nieuwbouwsituatie scherp rekening niet alleen rekening moet houden met wat er nu aan eisen op tafel ligt, maar dat je ook voorbereid moet zijn op het aanscherpen van deze eisen. Dat betekent dat te nemen maatregelen scalable moeten zijn: dingen die je nu om uiteenlopende reden zoals kosten en de stand der techniek (nog) niet doet, moeten later alsnog aangebracht moeten kunnen worden.

Ook voor bestaande panden is het belangrijk om nu naar het  vernieuwen van het energielabel te kijken. Wat betekent een aanpassing, wanneer gaan we aanpassen en wat doen we wel en wat niet? Met op maat uitgeschreven advies krijg je snel inzicht welke maatregelen moeten en kunnen worden genomen om een hoger Energielabel te verkrijgen of om dat te verbeteren. Een dergelijke overzicht begint zonder uitzondering met een opsomming van de (wettelijk) verplichte maatregelen.

1.1.2 Het Activiteitenbesluit Energiebesparing

In het Activiteitenbesluit is vastgelegd dat bedrijven verplicht zijn alle erkende maatregelen te nemen met een maximum terugverdientijd van 5 jaar. De erkende maatregelen om energie te besparen leveren allen zonder uitzondering een positieve businesscase op: de investering is goed terug te verdienen. Om die reden heeft de wetgever deze maatregelen verplichtend opgelegd. Welke maatregelen dit zijn kunnen we hier niet zomaar weergeven: ze zijn per bedrijfstak apart uitgewerkt. De geïnteresseerde vindt een compleet overzicht in de zogenoemde Activiteitenregeling .  

Voor de gebouwde omgeving zijn erkende maatregelen voor verschillende doelgroepen geformuleerd. Dit zijn maatregelen inclusief duurzaam beheer en duurzaam onderhoud

Op Infomil  kunt u bekijken welke maatregelen specifiek op uw onderneming van toepassing zijn.

1.1.3 EPBD Verplichte klimaatkeuring

Sinds 2013 is er in Nederland de EPBD Verplichte klimaatkeuring van kracht. Deze is gericht op airconditioningsystemen. Elk gebouw met een koelvermogen van 12 kW (thermisch) of meer moet eens in de 5 jaar een zogenaamde EPBD-keuring laten uitvoeren. Deze keuring moet worden gedaan door een daartoe gecertificeerd persoon, welke de klimaatinstallatie beoordeelt en, indien van toepassing, adviezen geeft hoe energie te besparen met de bestaande installatie.


1.2 Bouwkundig ontwerp en constructie bij nieuwbouw

Het ontwerp van een toekomstgericht gebouw begint bij de keuze van het juiste energiebeheer. Hierbij moet gedacht worden aan verschillende aspecten zoals:

• lagere energiebelasting door goede isolatiewaardes en correcte temperatuurbeheersing;

• een effectieve ventilatie- en vochthuishouding;

• het zo veel mogelijk beperken van transportbewegingen;

• het gesloten houden van deuren.

Gezegd moet worden dat bij het maken van keuzes het welzijn van de aanwezige medewerkers voorop dient te staan.

Bij vernieuwbouw is “goed” bouwen te controleren door middel van luchtdoorlaatbaarheidsmeting  en/of thermografisch onderzoek . Alvorens te kiezen voor duurzame energiebronnen is een uitgebreid onderzoek naar de bouwkundige staat noodzakelijk. Dus bijvoorbeeld eerst vaststellen of er überhaupt beperkt kan worden en pas bij een gunstig antwoord PV-panelen op het dak plaatsen.


1.3 Installatierichtlijnen

Naast (de kwaliteit van) het gebouw is de belangrijkste actor in het pand de mens. Die laten we hier even buiten beschouwing. We zoomen hier in op de kwaliteit en de duurzaamheid van verschillende gebouwgebonden installaties. Hieronder een overzicht van aandachtspunten met betrekking tot die installaties.  

1.3.1 Verwarmen

In de productie is verwarming in de regel ondergeschikt aan het koelen. Toch is er altijd verwarming nodig. Kantoren moeten zonder uitzondering verwarmd worden, maar het kan ook interessant zijn om zoiets specifieks als bijvoorbeeld laadkuilen te verwarmen, zodat deze in de winter niet onbruikbaar worden door bevriezing.

Vloerverwarming in de productieruimtes geeft een prettiger werkklimaat voor de medewerkers. Met behulp van een temperatuuraanpassing kan de vloer net iets warmer gehouden worden dan de productieruimte. Hierdoor voelt de medewerker zich meteen prettiger. Daarnaast is een verwarmde vloer sneller droog na een schoonmaak.  

Wij vinden vandaag de dag dat warmte duurzaam moet worden opgewekt. Dit kan door het gebruiken van warmtepompen of door gebruik te maken van de restwarmte uit de aanwezige koelinstallatie

Aandachtspunten bij het verwarmen zijn:

• Is vloerverwarming in de productieomgeving mogelijk?

• Is er voldoende restwarmte (uit de koeling) die voor het verwarmen benut kan worden?

• Kunnen warmtepompen worden ingezet als het transport van restwarmte teveel energie kost?

• Is er een correcte en scherpe inregeling van het verwarmingssysteem?

1.3.2 Ventileren

Aandacht voor goede ventilatie is zeer belangrijk wanneer het gaat om een prettig leefcomfort te creëren voor de gebruikers van het pand. Er moet daarvoor goed gekeken worden hoe dit kan worden bereikt.

De ontwerpers zijn overigens niet helemaal vrij in het kiezen van de te nemen maatregelen. Er is wetgeving waar men mee te maken krijgt. Enerzijds is er veel vastgelegd in het eerdergenoemde Bouwbesluit, anderzijds is er de ErP 2018 wetgeving , welke het nodige zegt over de kwaliteit en rendement van de luchtbehandelingskast.

Aandachtspunten voor ventilatie zijn;

• Stem de te zuiveren luchthoeveelheden af aan het aantal mensen per ruimte en kijk bij hoeveelheid lucht naar het CO2 gehalte ;

• Zorg, indien er in kantoorruimtes een variabele bezetting aanwezig is, dat de ventilatie aangestuurd wordt op basis van actuele CO2 gehaltes in de lucht;

• Pas roosters toe die passen bij de beoogde doelstelling;

• Zorg ook hier voor correcte inregeling van het systeem.

1.3.3 Koelen

Koeling is niet meer weg te denken uit het productieproces van voedingsmiddelen. Het kan gaan om de opslag van de grondstoffen, van het tussenfabrikaat of van het eindproduct. Met zomers zoals die van 2018 is in kantoren airconditioning bepaald geen overbodige luxe. Het komt het welzijn én de productiviteit ten goede.

Zoals vermeld in paragraaf 3.1 moet goed gekeken worden naar de combinatie van systemen. Is een warmtepomp dé oplossing of kunnen we misschien koel- en restwarmte uit de eigen of de naburige omgeving gebruiken?

De keuze voor de koelinstallatie wordt mede bepaald door de wetgeving omtrent koudemiddelen. De wetgever heeft bepaald dat sommige koudemiddelen (CFK & HCFK’s) niet meer mogen worden gebruikt, dan wel geserviced. Bij calamiteiten ontstaat er bij een lekkage met een dergelijk koudemiddel, bijvoorbeeld R22, direct een probleem.

Van alle chemische koudemiddelen mogen alleen HFK’s worden toegepast. Het is verstandig om een van de genoemde koudemiddelen te toe te passen.

Een professionele koelinstallatie moet worden ontworpen conform de volgende criteria;

• De temperaturen van de verschillende ruimtes moeten worden bemeten;

• Het temperatuurverschil moet over de luchtkoelers worden doorgevoerd;

• Gestreefd moet worden naar een zo hoog mogelijk rendement;

• De compressoren moeten regelbaar zijn in verband met deellastbedrijf;

• Gelijkstroommotoren en –ventilatoren moeten worden toegepast:

• De regeltechniek moet sturing mogelijk maken;

• De meting van temperaturen moet correct en betrouwbaar zijn.

1.3.4 Verlichting

Voor een goede werkplek is verlichting uitermate belangrijk. Hierbij is onderstaande van belang:

• De verlichting moet schakelbaar zijn per zone of per ruimte;

• Kloktijden en/of veegpulsen moeten worden toegepast zodat een lege ruimte niet onnodig wordt verlicht;

• Er dienen bewegingsmelders in de opslag te worden aangebracht;

• De lichtsterkte (aantallen Lux) dient zorgvuldig te worden berekend.

• Er zijn heel veel variaties op het thema LED verlichting. De juiste LED verlichting moet schakelbaar zijn en moet daarbij voldoen aan de EIA regeling ;


1.4 Duurzaamheidslabels

Wij komen terug bij de duurzaamheidslabels, ook wel vastgoedlabels genoemd. Er zijn door de tijd heen diverse organisaties opgestaan die hun eigen indeling hebben ontwikkeld en hebben vertaald naar een bepaalde erkenning in de vorm van een label. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste vastgoedlabels die naast elkaar en door elkaar worden gebruikt.

1.4.1 EPA advies

Het EPA-U energielabel is vooral bekend als hét energielabel van uw woning. Maar het is ook het bekendste label voor utiliteitsgebouwen. Een uitgegeven label toont hoe energiezuinig het gebouw is en welke energiebesparende stappen passen bij het gebouw.

Het energielabel is verplicht voor eigenaren van zowel bestaande als nieuwe utiliteitsgebouwen en dient aanwezig te zijn bij verkoop, verhuur of oplevering. Bij zowel verhuur als verkoop wordt van de eigenaar verwacht een afschrift van het energielabel aan de nieuwe huurder of eigenaar te overhandigen.  De registratie van het energielabel voor utiliteitsgebouwen gaat iets anders in zijn werking dan bij woningen. Waar de eigenaar bij een woning een voorlopig label ontvangt en zelf online omzet, heeft de eigenaar van een utiliteitsgebouw een opgeleide energieadviseur nodig om zowel het gebouw te controleren als om het label te registreren.  

1.4.2 Groenverklaring

Om een groene financiering te krijgen, heeft een eigenaar een zogenaamde Groenverklaring nodig. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat verklaart daarmee dat een bouwproject voldoet aan de voorwaarden voor groene financiering.

1. Als de bouwer wilt een groene financiering wil aanvragen dient hij daarvoor bij een bank met een groenfonds een projectplan met een investeringsplan in. Daarin wordt beschreven:

• de aard van het project;

• de verwachte milieuverdienste;

• de benodigde financiering;

• en het verwachte rendement en de risico's.

2. Een projectbeheerder kan in geval van twijfel vooraf met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland contact opnemen. Dat kan voor overleg of om te informeren of het project kans maakt op de Groenverklaring.

3. Het groenfonds van de bank vraagt namens de bouwer de groenverklaring aan bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

4. RVO.nl beoordeelt het project namens de minister van Infrastructuur en Waterstaat. RVO.nl beoordeelt de projecten in alle projectcategorieën. Dit duurt gemiddeld 5 weken.

RVO.nl geeft de groenverklaring af aan de bank met een afschrift aan de projectbeheerder. Op basis van de groenverklaring financiert de bank het project op groende wijze.

1.4.3 GPR Gebouw

GPR is een methode waarmee ontwerpkeuzes in een vroeg stadium de duurzaamheid van een gebouw zichtbaar kan maken. De term duurzaamheid wordt hier toegepast met het oog gericht op het milieu. GPR Gebouw is al in 1995 geïnitieerd door de gemeente Tilburg. Ontstaan uit een uitgesproken visie op duurzaam bouwen: creëer een zo hoog mogelijke kwaliteit met een zo laag mogelijke milieubelasting. GPR is prestatiegericht, werkt snel en efficiënt en is geschikt voor beleid en voor realisatie van projecten. Zowel wat betreft gebouwen als gebieden, bij de ontwikkeling van iets nieuws, of bij de verbetering van iets bestaands. De duurzaamheid van gebouwen wordt aan de hand van software meetbaar en bespreekbaar maakt. De duurzaamheid wordt in GPR software zichtbaar aan de hand van vijf thema’s: Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde. Per thema wordt gewerkt met een score op een schaal van 1 tot 10.

1.4.4 LEED

LEED is een evaluatie- en certificatiesysteem waarmee de duurzaamheidsprestatie van gebouwen bepaald kan worden. LEED staat voor ‘Leadership in Energy and Environmental Design’. LEED is in 1998 opgezet door de US Green Building Council (USGBC)

LEED is een scoresysteem dat gebruik maakt van een checklist. De score bepaalt of het gebouw een basis certificering, zilver, goud of platina krijgt toebedeeld. Deze certificering ligt in handen van een LEED commissie. LEED beoordeelt op de volgende elementen:‘ontwikkeling van duurzame locaties’, ‘waterbesparing’, ‘energie-efficiëntie’, ‘materiaalselectie’, ‘kwaliteit van de binnen omgeving’, ‘innovatie’ en ontwerp en ‘regionale prioriteit’.

LEED kan worden gebruikt voor zowel nieuwbouw als renovatie, maar kan ook worden gebruikt voor de beoordeling van bestaande gebouwen. In dit laatste geval wordt gesproken over LEED for Existing Buildings: Operations & Maintenance. Gebouwen die willen voldoen aan LEED for Existing Buildings zullen minimaal eens per vijf jaar moeten worden gehercertificeerd.  

1.4.5 GreenCalc (GC+)

GreenCalc is een Nederlands systeem om de milieugebonden gevolgen van het vastgoed te beoordelen. GreenCalc is in opdracht van de Rijksgebouwendienst ontwikkeld, aanvankelijk voor de beoordeling van utiliteitsgebouwen in de vorm van GreenCalc+, In middels is er een opvolger die geschikt is voor kantoren, scholen en woningen. GreenCalc+ is een rekenprogramma waarmee de milieukosten kunnen worden berekend van het materiaal-, energie- en watergebruik van een gebouw, evenals van de mobiliteit van de gebouwgebruikers. Doordat met milieukosten wordt gewerkt, kunnen alle uitkomsten (in euro’s) bij elkaar worden opgeteld voor het eindresultaat. Als door de gebruiker een referentiegebouw of ‘milieubudget’ is ingevoerd, rekent GreenCalc+ de uitkomsten om in een ‘milieu-index’ die aangeeft hoe het gebouw scoort ten opzichte van de referentie.

1.4.6 BREEAM

BREEAM, the last but not the least method. BREEAM is de afkorting van Building Research Establishment Environmental Assessment Method. Deze methodiek is in de jaren 90 opgezet door de Building Research Establishment (BRE), de Britse TNO. BREEAM is wereldwijd het meest erkende instrument voor het meten van de duurzaamheid van (nieuw te ontwikkelen en bestaande) gebouwen. Een BREEAM certificaat kan voor verschillende soorten vastgoed worden behaald. Het kan o.a. gaan om kantoren, winkelvastgoed en industrieel vastgoed.

BREEAM richt zich op het gehele ontwikkeltraject, van ontwerpfase tot management. Wanneer een bouwer gebruik wenst te maken van BREEAM, dan dient hij het object een certificeringsproces te laten doorlopen.

Aanpak

Tijdens de certificering worden een achttal duurzaamheidaspecten op enkele criteria beoordeeld. BREEAM kijkt niet alleen naar energieverbruik, maar probeert ook andere dimensies als gezondheid en welzijn mee te nemen in de beoordeling (de social sustainability). De certificering wordt afgesloten met de afgifte van een duurzaamheidscertificaat.  


In onderstaand overzicht worden de aspecten voor nieuwbouw te samen met hun weging weergeven.

1. Management (12%)

2. Transport (8%)

3. Gezondheid en welzijn (15%)

4. Materialen (12,5%)

5. Energie (19%)

6. Grondgebruik en ecologie (10%)

7. Water (6%)

8. Vervuiling (10%)

In het schema wordt weergegeven hoe toegewerkt wordt naar een uiteindelijke BREEAM Score.



Wat zijn de voordelen van een BREEAM-certificering?

• De duurzaamheidsscore van een nieuwbouwproject wordt heel goed inzichtelijk gemaakt;

• Duurzame nieuwbouw heeft anno 2019 aantoonbaar meerwaarde;

• Een BREEAM erkenning kan helpen bij groenfinanciering (MIA/VAMIL);

• Met een BREEEAM certificaat reduceer je risico’s (je bent voorbereid op de toekomst);

• Een BREEAM certificaat trekt investeerders aan;

• Een BREEAM certificaat trekt gebruikers aan;

• Een BREEAM gecertificeerd gebouw is goed voor imago en uitstraling;

• BREEAM Nieuwbouw en Renovatie zorgt (nu nog wel) voor onderscheidend vermogen;


Naast deze standaardcertificering kunnen 'custom-made' varianten worden ontwikkeld. Omdat wetgeving en (klimaattechnische) omstandigheden per land verschillen is een internationale BREEAM-versie ontwikkeld die de basis kan vormen voor de ontwikkeling van een landspecifieke certificeringsmethode.

BREEAM heeft recent een ‘custom-made’ variant opgezet die geschikt is voor het beoordelen van bestaand vastgoed (in-use). Hoewel deze variant nog in de kinderschoenen staat bevat het enkele interessante aspecten. BREEAM in-use kan onder andere worden gebruikt voor het:

• reduceren van exploitatiekosten;

• het verhogen van de waarde en de verhandelbaarheid van het vastgoed;

• het geven van een transparant onderhandelingsplatform tussen gebruiker en

   belegger in de discussie over het doorvoeren van verbeteringen;

• bieden van kansen om de gebruikerstevredenheid van een gebouw te vergroten.

Er wordt bij de in-use variant een certificaat afgegeven, maar er worden ook aanbevelingen gegeven voor verdere verbetering. Met het opvolgen daarvan wordt het mogelijk een hogere duurzaamheidslabel te bereiken. Doordat de in-use variant zowel naar de huidige situatie als naar aanpassingen kijkt, biedt deze variant zowel belegger als gebruiker inzicht in de duurzaamheid (mogelijkheden). Hierbij wordt niet alleen gekeken naar environmental sustainability, maar ook naar andere aspecten van duurzaamheid.  

BREEAM certificaat combineren met subsidies

Met het oog op het behalen van de Europese Energie- en klimaatdoelstellingen voor 2020 investeert de Nederlandse overheid fors in subsidieregelingen op het gebied van schone en duurzame energie. Met een behaald BREEAM certificaat kan een gebouweigenaar een beroep doen op:

1. de Milieu Investeringsaftrek (MIA).

2. de Energie-Investeringsaftrek (EIA).

Bepaalde energiebesparende componenten van uw BREEAM-NL gecertificeerde gebouw komen in aanmerking voor deze regeling.

Ook de SDE+  voor investeringen in zonnepanelen is een interessante subsidiemogelijkheid. De SDE+ vergoedt het verschil tussen de kostprijs van de lagere grijze energie en de hogere kostprijs van groene energie. Afhankelijk van het type project vergoedt de overheid dit verschil in kostprijzen voor een periode van vijf tot vijftien jaar. Met deze vorm van subsidiering is de terugverdientijd van een investering in zonnepanelen aanzienlijk korter gemaakt.


2. Tot slot

In bovenstaand artikel hebben wij proberen duidelijk te maken dat er een wereld schuil gaat achter het begrip duurzaamheid. Er is inmiddels zo veel op allerlei deelgebieden dat klanten die aangeven door de bomen het bos niet meer te kunnen ontwaren gelijk hebben. Wil je de juiste keuzes maken in de aanloop naar een nieuwbouw of een verbouw dan moet je je goed (laten) informeren over de voorliggende keuzes. We hebben het dan over keuzes op het gebied van technische oplossingen, procedures, certificeringen, subsidiëring en financiering, om er een paar te noemen. Je kunt rustig stellen dat het opnemen van een duurzaamheidsexpert in het bouwteam een verstandige keuze kan zijn.

Onlangs hebben we het mooie bericht ontvangen dat aan een van de bouwtrajecten die onder de vleugels van DAPP worden uitgevoerd een substantieel subsidiebedrag is toegekend op basis van een hele goede BREEAM score. Een onderstreping van de juistheid van onze opdrachtgever om hoog in te zetten op de duurzaamheid van het nieuwe gebouw.


Mocht u aan de vooravond staan van een verbouwing of een compleet nieuwbouw project dan nodigen wij u graag uit met ons in gesprek te gaan over uw ideeën ten aanzien van de opzet en inrichting. Mogelijk kunnen wij uw horizon verbreden met enkele frisse ideeën.


Wim Meijer is zelfstandig klimaat- en energie-adviseur en betrokken bij diverse bouwprojecten die DAPP momenteel voor klanten uitvoert.

Marc Goselink is Manager bij DAPP




Noten

1. Per 1 januari 2023 moet elk kantoor groter dan 100m2 minimaal energielabel C hebben. Dit betekent een Energie-Index van 1,3 of beter. Het energielabel maakt per categorie duidelijk welke energiebesparende maatregelen mogelijk zijn. De labelklasse voor utiliteitsbouw loopt van A++++ t/m G, dus van weinig naar veel besparingsmogelijkheden. Voldoet een pand per 1 januari 2023 niet aan de eisen, dan mag de gebruiker het pand niet langer als kantoor gebruiken. Deze verplichting staat in het Bouwbesluit. Er zijn uitzonderingen op deze regel. Bekijk daarvoor de beschrijving van het energielabel.
2. Gebruik daarvoor de volgende hyperlink: https://www.infomil.nl/onderwerpen/duurzaamheid-energie/energiebesparing/handreiking-erkende/energiebesparing-wet/bijlage-10/ 
3. Op de website van Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vindt u een vragenlijst waarmee u de voor u van toepassing zijnde erkende maatregelen energiebesparing kunt filteren. Klik op: https://femnederland.infomil.nl/#/inspectie/unsaved-948307499/properties 
4. Sinds 1 december 2013 is de verplichte EPBD-keuring voor airconditioningsystemen van kracht, als gevolg hiervan moet u als gebouweigenaar (of eventueel huurder) het airconditioningsysteem van uw gebouw eens in de 5 jaar laten keuren. Deze verplichting geldt voor airconditioningsystemen in gebouwen met een totaal koelvermogen op gebouwniveau van meer dan 12 kW. Niet alle airconditioningsystemen hoeven in één keer gekeurd te worden; dit hangt af van de klasse en het bouwjaar van de installatie. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) is verantwoordelijk voor de handhaving van de verplichte keuringen en zal met steek-proeven controleren of de aircoregeling goed wordt nageleefd.
5. Vanuit het oogpunt van levenduurverlenging en aantrekkelijkheid van een nieuw gebouw kan het een goed idee zijn tijdens de ontwerpfase in te steken dat het gebouw geschikt is (of gemakkelijk geschikt kan worden gemaakt) voor een andere bestemming dan de bestemming die er nu aan wordt gegeven. Een dergelijke benadering maakt het voor een nieuwe gebruiker veel gemakkelijker een pand over te nemen en naar eigen wens in te richten. Dit komt zoals gezegd de continuïteit van een pand ten goede.
6. Een aannemer dient de luchtdichtheid van de woning of bouwwerk te laten controleren door middel van een Luchtdoorlatendheidsmeting/Blowerdoortest volgens NEN 2686, NEN-EN13829 en de BGS van SKH. Een controle op luchtdoorlatendheid heeft de voorkeur, zowel na de ruwbouw als net vóór oplevering. Minimaal moet worden beschikt over de meetresultaten direct vóór oplevering.
7. Een aannemer dient met behulp van thermografisch onderzoek te laten controleren of de isolatie op de juiste wijze is aangebracht en het bouwwerk geen koudebruggen bezit en vrij is van hoge percentages opgenomen vocht.
8. De Europese Commissie heeft ErP-richtlijnen opgesteld: een set aan eisen voor Energy Related Products, waaronder luchtbehandelingskasten en ventilatoren. Op 1 januari 2018 zijn deze nieuwste ErP-richtlijnen ingegaan.
9. Een goede kwaliteit binnenlucht bevat, conform de regelgeving, minder dan 0,1 volume procent CO2 (1000 parts per million). Als grenswaarde wordt 0,12 vol % (1200 ppm) gehanteerd. Bij incidentele afwijking van het beoogde gebruik, waarbij een grotere verontreiniging optreedt (bijv. een tijdelijke hogere bezetting van de arbeidsplaats) mag het CO2-gehalte ten hoogste 0,15 volume procent bedragen(oftewel 1500 ppm).
10. EIA staat voor Energie-investeringsaftrek. Een gebruiker kan daarvoor in aanmerking komen als er wordt geïnvesteerd in energiezuinige technieken en duurzame energie. Deze regeling levert de aanvrager gemiddeld11% voordeel op, los van de lagere energierekening. Voor 2019 heeft de overheid een budget van € 147 miljoen gereserveerd.
11. De Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE, later SDE+) is een Ministeriële regeling om de productie van schone en duurzame energie te stimuleren. Het is geregeld in het Besluit stimulering duurzame energieproductie[1] en de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en voor 2013 de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013.


Plaats uw reactie

Reactie(s)

Er zijn nog geen reacties! Plaats als eerste een reactie

Interesse? Meld je aan voor de nieuwsbrief